Teken alle afvoerende oppervlakken
Teken eerst alle oppervlakken die water afvoeren: bestaande en nieuwe daken, terras, oprit en paden. Noteer per vlak waar het water nu heen stroomt en welke delen naar gevel, buren of openbaar gebied kunnen aflopen. Een aanbouw verandert niet alleen het dakoppervlak, maar vaak ook afschot en beschikbare tuinruimte.
Maak een waterhiërarchie
Bepaal vervolgens de volgorde: vasthouden voor gebruik, tijdelijk bergen, infiltreren waar bodem en grondwater dat toelaten en veilig overstorten bij een grotere bui. Houd drinkwater en regenwater strikt gescheiden en plan filters, bereikbare inspectiepunten en onderhoud vóórdat bestrating wordt gesloten.
Rekenvoorbeeld voor een ontwerpregen
Rekenvoorbeeld: 80 m² dak plus 40 m² verharding ontvangt bij 35 mm regen theoretisch 4,2 m³ water. Met een afvoercoëfficiënt van 0,9 is circa 3,78 m³ tijdelijk aanbod. Een tank met al 1 m³ inhoud over heeft dus nog ongeveer 2,78 m³ berging, infiltratie of veilige overstort nodig; dit is geen ontwerp zonder bodem- en grondwatercontrole.
Vergelijk maatregelen en faalroutes
Maak een vergelijkingstabel met vier kolommen: maatregel, bruikbaar volume, leeglooptijd en faalroute. Een regenton helpt bij dagelijks gebruik maar niet automatisch bij een piekbui; een wadi vraagt ruimte en maaiveldhoogte; kratten vragen bodemdoorlatendheid en onderhoud; een noodoverloop moet water van gebouwen en perceelgrenzen weg leiden.
Controleer bodem en grondwater
Controleer met een proefgat of professionele infiltratiemeting hoe snel water wegzakt en meet de hoogste relevante grondwaterstand. Houd rekening met fundering, kelder, kabels, leidingen, bomen en lokale eisen. Drainage verplaatst water en mag niet zonder bestemming of toestemming worden aangelegd.
Plan beheer en inspectie
Leg na aanleg een beheerplan vast: bladvang reinigen, tank en pomp controleren, wadi vrijhouden, inspectie na extreme buien en veranderingen documenteren. Gebruik KNMI-neerslag als historische context en controleer gemeente en waterschap voor lokale regels, subsidie en lozingsvoorwaarden.
Veelgestelde vragen
Hoe groot moet de totale berging op mijn perceel zijn?
Dat volgt uit oppervlakken, ontwerpregen, afvoercoëfficiënten, vrije tankinhoud, infiltratiesnelheid en lokale eisen. Eén algemene liter-per-m²-regel is geen compleet ontwerp.
Telt een regenton mee bij een piekbui?
Alleen de inhoud die vlak vóór de bui nog vrij is. Een volle regenton levert geen extra tijdelijke berging.
Kan ik infiltratiekratten in elke bodem gebruiken?
Nee. Hoge grondwaterstand, klei, verdichting, fundering en beperkte afstand kunnen infiltratie ongeschikt maken. Meet en controleer de locatie eerst.
Waarom is een noodoverloop nodig?
Ook een goed berekend systeem kan bij een grotere bui of verstopping vollopen. De noodroute moet water veilig van woning, kelder en buren weg leiden.
Deze uitleg is samengesteld op basis van openbare regelgeving, technische documentatie en de rekenmethode van Regenwateropvangtools.nl. Bekijk de bronnen en werkwijze.