Kort antwoord
Breng eerst in kaart waar het water vandaan komt en hoe lang het blijft staan. Een korte plas na een extreme bui is iets anders dan dagenlang verzadigde grond, afstroming van buren of water dat vanaf terras en dak naar de gevel loopt. Controleer goten, kolken, maaiveldhoogte en afschot en noteer het probleem tijdens meerdere buien.
Waar je op moet letten
Test vervolgens op verschillende plekken hoe snel een proefgat leegloopt en kijk naar bodemopbouw en grondwater. Kleigrond, verdichting door werkzaamheden en een hoge grondwaterstand vragen een andere aanpak dan los zand. Meer infiltratievolume helpt niet wanneer het water nergens veilig kan wegzakken; drainage verplaatst het probleem en vraagt een toegestane afvoerroute.
Praktische controle
Begin waar mogelijk met minder verharding, betere bodemstructuur, opvang in beplanting en het geleiden van schoon regenwater naar een veilige lage plek. Dimensioneer een wadi, krat of buffer op dakoppervlak en ontwerpregen en plan altijd een noodoverloop weg van woning en buren. Controleer gemeentelijke regels en laat terugkerend water bij kelder, fundering of onbekende grondwaterdruk deskundig onderzoeken.
Deze uitleg is samengesteld op basis van openbare regelgeving, technische documentatie en de rekenmethode van Regenwateropvangtools.nl. Bekijk de bronnen en werkwijze.